Jezus: “Jij noemt Mij…, máár…” (Gedicht van Toewijding)

Jezus: “Jij noemt Mij…, máár…” (Gedicht van Toewijding)

Je noemt Me eeuwig, maar je zoekt Me niet.

Je noemt Me liefde, maar hebt Me niet lief.

Je noemt Me genadig, maar je vertrouwt Me niet.

Je noemt Me rechtvaardig, maar hebt geen ontzag voor Mij.

Je noemt Me Leven, maar je kiest niet voor Mij.

Je noemt Me Licht, maar je ziet Me niet.

Je noemt Me Heer en Meester, maar je gehoorzaamt Me niet.

Je noemt Me barmhartig, maar je dankt Mij niet.

Je noemt Mij machtig, maar je eert  mij niet.

Je noemt Me nobel, maar je dient Mij niet.

Je noemt Mij rijk, maar je vraagt Mij niet.

Je noemt Mij Redder, maar je prijst en looft Mij niet.

Je noemt Me Herder, maar je volgt Mij niet.

Je noemt Me de Weg, maar je wandelt niet met Mij.

Je noemt Me wijs, maar je luistert niet naar Mij.

Je noemt Me de Zoon van God, maar je aanbidt Mij niet.

Wanneer je eens voor Mij zal staan, beschuldig Mij dan niet.

                                                         Anoniem, 16e eeuw, Duitsland