De vier karakteristieken van de Bijbel (uit: doctrine van Gods Woord)

De vier karakteristieken van de Bijbel (uit: doctrine van Gods Woord)

De Vier Karakteristieken van Gods Woord

  • Autoriteit en Foutloos (“Inerrancy”)
    1. De autoriteit van de Bijbel betekent dat alle woorden in de Bijbel Gods woorden zijn op zo’n manier dat het niet geloven of het niet gehoorzamen van de Bijbel hetzelfde is als het niet geloven of het niet gehoorzamen van God
    2. De Heilige Geest zal de Bijbel als Gods Woord in ons bevestigen wanneer we het lezen; 1Cor.2:13-14; Joh.10:27
    3. Gods Woord verklaart zichzelf (De Schrift met de Schrift vergelijken): er is nl. geen hogere autoriteit, dan de Bijbel zelf, die kan bevestigen dat de Bijbel Gods Woord is, vgl. Joh.17:17.
    4. De geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de Bijbel als Gods Woord
      1. God kan niet liegen of een vals getuigenis geven, Tit.1:2; 2Sam.7:28
      2. Daarom zijn alle woorden in de Schrift volkomen waar en zonder fout in elk opzicht
    5. Gods Woord, de Bijbel, is voor alles (incl. prediking, profetie, dromen, etc.) de hoogste en laatste autoriteit
      1. Alles dient getoetst te worden aan en door de Bijbel
  • Duidelijk
    1. De Bijbel bevestigt vaak dat het duidelijk en begrijpelijk is, Deut.6:6-7; Ps.1:2; 19:8; 119:130; Matt.12:3, 5; 19:14; 22:29, 31
    2. Het begrijpen van de Bijbel heeft meer te maken met morele en geestelijke kwaliteiten dan intelligentie; 1Cor.2:14Hebr.5:14; Jak.1:5-6; 2Petr.3:5
    3. Duidelijkheid van de Bijbel betekent dat de Bijbel op zo’n manier geschreven is dat een ieder het onderwijs (thema’s) kan begrijpen wanneer men het leest om God te zoeken en Hem te volgen in gehoorzaamheid.

 

 

  • Noodzakelijk
    1. Dat de Schrift noodzakelijk is, betekent dat de Bijbel nodig is om het Evangelie te kunnen kennen, om een geestelijk leven te leiden, om Gods wil te kennen, maar het is niet nodig om te weten en te geloven dat God bestaat of voor het weten van Gods morele wetten.
    2. De Bijbel is nodig om het Evangelie te kennen, Rom.10:13-17; Joh.3:18; Joh.14:6; Hand.4:12
    3. De Bijbel is nodig om een geestelijk leven te kunnen leiden, Matt.4:4 (citaat van Deut.8:3); Deut.32:47; 1Petr.2:2
    4. Om Gods wil te kennen en te weten, hebben we de Bijbel nodig; Deut.29:29; Ps.119:1; Ps.1:1-2; 1Joh.5:3
    5. Maar Gods bestaan en Zijn moraliteit, wordt verklaard ook buiten de Bijbel om; Ps.19:2; Hand.14:16-17; Rom.1:19-21; Rom.1:32 en 2:14-15
  • Genoeg
    1. “De Bijbel is genoeg” betekent dat de Bijbel alle woorden van God bevat die Hij wil dat mensen weten en kennen en gehoorzamen in elk moment van verlossing* (de ontwikkeling van de canon) en dat het nu alles bevat dat God tegen ons zegt dat we nodig hebben voor verlossing, om Hem volkomen te vertrouwen en om Hem in elk opzicht te gehoorzamen.
    2. In de Bijbel vinden we alles wat God wil dat we weten voor specifieke onderwerpen en we vinden in de Bijbel als Gods Woord antwoorden op onze vragen.
    3. *) De hoeveelheid van de Schrift dat er in het verleden was (bijv. ten tijde van Mozes, David, de profeten, etc.), was genoeg op dat moment in de “geschiedenis van verlossing” (zie Hebr.1:1); Deut.4:2; 12:32; Spr.30:5-6; Openb.22:18-19
    4. Praktische toepassing van het feit dat de Bijbel ‘genoeg’ is:
      • Het moedigt ons aan om de Bijbel te onderzoeken om te weten wat God wil dat we denken, hoe we leven en doen; vgl. 2Tim.3:17.
      • Het herinnert ons dat we niets moeten wegnemen van de Bijbel noch moeten toevoegen; en dat geen ander geschrift van gelijke waarde is met de Bijbel.
      • Het maakt duidelijk dat God niet van ons verwacht dat we iets geloven over Hem of nodig hebben voor verlossing en het leven dat niet gevonden wordt in de Bijbel.
      • Het geeft aan dat geen andere zogenaamde (hedendaagse) openbaring van God (profetie, droom, prediking, etc.) op dezelfde plaats gesteld kan en mag worden en autoriteit kan worden geven naast of boven de Bijbel.
      • Als het gaat om het christelijk leven, herinnert het ons aan het feit dat niets ‘zonde’ is wat niet expliciet of bij implicatie in de Bijbel wordt genoemd als zonde.
      • Het spoort ons aan om in onze theologische en ethische prediking en onderwijs te benadrukken wat de Bijbel benadrukt en genoegen te nemen met wat God in Zijn Woord zegt. M.a.w. Dat wat God niet geopenbaard heeft of zegt, moeten we niet onderwijzen, zie Deut.29:29.